Barokhobo

De barokhobo werd omstreeks 1680 in Frankrijk vanuit de schalmei ontwikkeld. Om aan de eisen van de muziek uit die tijd te kunnen voldoen, werd de boring aangepast. Ook het riet en het gebruik ervan werden verfijnd. Daar waar bij de schalmei het riet vrij trilt wanneer erop geblazen wordt, wordt bij de barokhobo veel meer controle op het riet uitgeoefend door de lippen (het ‘embouchure’). Zo krijgt de hobo zijn elegante en zangerige klank die ook op het moderne instrument nog steeds zo kenmerkend is.

Als je van barokmuziek houdt, kan je barokhobo leren, zowel als beginnend instrumentist of als vervolg op eerdere blokfluit- of hobostudies. Na enige tijd kan je heerlijk musiceren met andere instrumenten oude muziek, zoals bijvoorbeeld traverso, barokviool, blokfluit, klavecimbel,… Er is heel veel kamermuziek waar de hobo, begeleid door klavecimbel, solo of in dialoog met andere instrumenten schittert. In het barokorkest wordt de hobo vaak als solo-instrument naar voorgeschoven.

© Copyright 2020 • SLAC/Conservatorium - Privacy policy Website ontworpen en ontwikkeld door MINSKY